De geschiedenis

De (op schrift gestelde) geschiedenis van Langedijk gaat terug tot het jaar 1000 à 1100. We hebben in 1980 het feest van 9 eeuwen Langedijk gevierd dus zolang terug waren de vier Langedijker nederzettingen al bekend. Wel zijn in de loop der jaren de namen veranderd, zoals: Broek was Broekker­spel, Zuid-Scharwoude was Sint-Pieterskerspel, Noord-Scharwoude was Sint-Janskerspel en Oudkarspel was Outkerspel. Het dorp Oudkarspel is waarschijnlijk het oudste. Oudere mensen zeggen nog wel eens: “We gane te Suntepieteren”, als ze naar de kermis van Zuid-Scharwoude gaan.

Vanaf de Langedijk naar het westen toe, tot aan het riviertje ‘De Rekere (ongeveer nu het NH kanaal) was het een moerasachtig deltagebied met heel veel meren en laag bosgebied, wat af en toe weer geheel overstroomde. Dit gehele gebied werd beschreven als: Scorlewald aan de overzijde van de Rekere, met vier kapellen. Het was eigendom van de graven van Egmond en werd gebruikt als vis- en jachtgebied.
Vanuit het westen is men ooit begonnen met de ontginning van het Geestmerambacht. Tijdens de verkavelingwerkzaamheden rond 1970 zijn oude nederzettingen gevonden. Het huidige Langedijk is de derde nederzetting op rij. Oudkarspel was aanvankelijk een Ambachtsheerlijkheid. Door ruiling werd het eigendom van de graven van Holland-Henegouwen en Beieren. Door Jacoba van Beieren werd Oudkarspel verheven tot Hoge of Vrije Heerlijkheid en kon men hier zo rond 1430 het zogenaamde ‘halsrecht‘ toepassen en dus een eigen rechtspraak gaan voeren.

De Staten van Holland zaten op gegeven moment in hoge geldnood en besloten om dorpen te gaan verkopen. Ieder die over voldoende geld beschikte kon zo’n dorp kopen. Voor zo’n 20.000 gulden was men eigenaar van een dorp en kon men zich Heer van zo’n dorp noemen. Oudkarspel werd verkocht in het jaar 1613 aan Adriaan Duyck, die ook Heer van Harenkarspel was. Er werd voor hem een heel groot Herenhuis gebouwd. Dat kasteel, want zo werd het genoemd, stond hier vlakbij, schuin voor de tegenwoordige Allemanskerk. Er hangt bij binnenkomst in de ontvangstkeuken een mooie tekening van dit zogenaamde kasteel van de hand van de 17-eeuwse kastelentekenaar Roelant Roghman (1627-1692).

Heer zijn van een dorp was veel meer een eretitel dan dat het echt geld opleverde. Hij mocht wel het tiendenrecht toepassen, waardoor ieder een tiende gedeelte van zijn landopbrengst moest afstaan, maar het was veel meer een erenaam. Zo’n Heer had ook een doorslaggevende stem in de benoemingen van bijvoorbeeld de dominee, de schout, de veerschipper, de dorpsbode en de schoolmeester.
Het dorp werd bestuurd door de Schout en de Schepenen die in Oudkarspel ook gerechtigd waren om de eenvoudige rechtspraak te doen, vergelijkbaar met de huidige Kantonrechter. Voor zwaardere delicten werd de Vierschaar gespannen. Een voor ons wat moeilijke term die inhield dat er tafels in een vierkant werden opgesteld, waarbinnen de rechters dan plaatsnamen. De Vierschaar is gespannen is de oude term, met andere woorden ‘de rechters zijn gezeten’.

Over het gebouw zelf. We weten dat er in 1618 een Regthuis werd gebouwd dat in 1714 werd vervangen door een nieuw gebouw.
Dat ging allemaal goed tot in het jaar 1799 , door de oorlogshandelingen in de strijd van de Bataafse Republiek, gesteund door de Fransen van Napoleon, tegen de Engelsen en de Russen. Na de landing bij Groote Keten kwam na een tijdje Oudkarspel in de frontlinie te liggen. In de Woudmeer en aan het noordeinde van het dorp woedden zware gevechten tussen de al genoemde Engelsen en de Frans/Bataafse troepen. Bij al dat vechten werden het Regthuis en het kasteel van de Ambachtsheer verwoest.

In 1808 werd dit Regthuis weer herbouwd en we vermoeden sterk dat er ook oud materiaal is gebruikt van het kasteel. Kijkt u in de trouwzaal maar naar de zolderbalken die allemaal verschillend zijn. Het gebouw was aanvankelijk kleiner. Bij de schoorsteen was vroeger de buitenmuur. Wel stond er achter aangebouwd een waag. Een groot woord voor een klein gebouwtje, maar in de praktijk komt het er op neer dat daar gewogen kon worden. Verder beschikte er immers niemand over weeginstrumenten. Tegen een vergoeding kon de daartoe aangestelde waagmeester het juiste gewicht bepalen.

In later jaren is dit waaggebouwtje gesloopt en is er een woning aangebouwd voor de bode-veldwachter. Naast de voordeur van het raadhuis was aan weerszijden een kamer. Eén voor de burgemeester en één voor de gemeenteontvanger. Het overige deel was raad- en trouwzaal. Boven de voordeur prijkt het wapen van de voormalige gemeente Oudkarspel en op de noordmuur het wapen van één der Ambachtsheren, namelijk Van Teylingen.

Het Regthuis is, op de grote kerk van Broek na, het oudste gebouw van Langedijk en is een Rijksmonument. Uiterlijk mag hier niets aan worden veranderd, inwendig wel. Dat is wel gebleken toen in 1941 de vier Langedijker dorpen werden samengevoegd tot één gemeente Langedijk. Dit raadhuis was toen overcompleet. Door de grote woningschaarste werd het tot twee woningen omgebouwd. Nadien kwam het weer voor andere doeleinden ter beschikking.
Een verzoek van ons, de Stichting Langedijker Verleden was inmiddels opgericht, om dit mooie gebouw te bestemmen tot museum/trouwzaal is door het gemeentebestuur ingewilligd en in 1989 konden we er, na een grondige verbouwing, intrekken. Het trouwzaaltje is nog steeds zeer in trek en er wordt veel gebruik van gemaakt.

De trouwzaal bevat een aantal bijzondere objecten die in dit verband het noemen waard zijn. Zo staat er in de hoek bij de grote schouw een wezenkist uit Zuid-Scharwoude. De kist stond oorspronkelijk in het gemeentehuis van en dateert vermoedelijk uit de 16e eeuw. Hierin werden de spullen en goederen van de wezen bewaard. Hun belangen werden behartigd door een paar schepenen die weesmeesteren werden genoemd. Boven op de expositiezolder staat eveneens een eeuwenoude archiefkist. Op de kist staat nog het oude wapen van Geestmerambacht/Langedijk. Let eens op het teken van het Gulden Vlies.
In de noordwest hoek hangt nog een kopie van een oud stuk uit 1661 dat nog ondertekend is door Johan de Witt (1625-1672), de raadspensionaris, en aan de overkant twee schilderijen van de scheepswerf van Gerrit Bakker in Noord-Scharwoude van de hand van Professor Luttge, die daar tijdens de 2e wereldoorlog zat ondergedoken.